Dagboek van een tovenaar - Gratis wekelijks verhaal

Gepubliceerd op 21 januari 2026 om 16:00

 Dagboek van Archimagus Rinus de Grote 



21 mei 508, of 2026


Lief dagboek, 


Mijn naam is Rinus, de hoogste magiër van onze geliefde stad Mosa Trajectum (al heet het nu schijnbaar Maastricht).
Oorspronkelijk kom ik uit het jaar vijfhonderd acht na het verschijnen van onze Heer, al hoor ik dat de tegenwoordige tijd hier tweeduizend en zesentwintig blijkt te zijn. Mijn laatste spreuk is dus klaarblijkelijk faliekant mislukt. Hoe ik mezelf in de toekomst heb weten te projecteren, weet ik niet. In dit dagboek schrijf ik u mijn erbarmelijke levensomstandigheid en mijn zoektocht naar de spreuk die mij terug zal brengen in de armen van mijn geliefde Ariana.
Al mis ik ook mijn geit, want zij mekkerde minder.


Voor wie deze schrijfsels misschien vindt: wellicht heb ik ondertussen mijn weg teruggevonden naar huis. Maar het kan ook zijn dat deze luide, nieuwe wereld mijn einde heeft betekend. Gebruik dit dagboek dan voor mijn nagedachtenis.

Waar het begon:
Het laatste wat ik me nog weet te herinneren van voor mijn val, is dat ik bezig was met de experimenten voor mijn allernieuwste spreuk: een pratende fluitketel voor mijn vrouw. Zo had ze tenminste altijd een gesprekspartner en kon ze tegelijkertijd thee voor me zetten. Hoefde ik niet tenminste niet meer naar haar ellenlange verhalen te luisteren. Het leek de perfecte oplossing om meer tijd vrij te maken voor mijn werk, maar er was duidelijk iets misgegaan.

Tot op heden waren de ingrediënten voor mijn bezweringsformule:

  • drie druppels geitenmelk
  • een haar van haar drie beste vriendinnen 
  • een snotje van een roddeltante
  • de in een kraaienpoot gevangen ziel van een pratende kraai

Dit, in combinatie met de Corpus Illustrum-spreuk, zou geen problemen hebben moeten opleveren. Wellicht moest ik de kraai vervangen voor iets anders? Maar een mens gebruiken leek me onethisch. Al was Ariana’s moeder een optie om te overwegen… 

 

22-05-508 of 2026:
Ik zal beginnen met wat ik weet. Zodoende kom ik er misschien achter waarom ik me in deze situatie bevindt. Het eerste wat ik me kan herinneren, is de fluitende, bijna razende wind die in mijn oren suisde. Mijn lendendoek die wild wapperde, terwijl ik voelde hoe de kou mijn naakte lijf omhelsde op wat een eindeloze weg naar beneden leek te zijn. Ik bevond me zowaar ineens in de wolken! Wat me restte was de val naar mijn dood, ware het niet dat ik als Archimagus mijn magische krachten had verfijnd tot in het extreme en geen toverstaf meer nodig had om mijn krachten te kanaliseren. 

Vanwege mijn leeftijd was het herinneren van de spreuk “vederlicht” echter best een opgave. Gelukkig liet mijn brein me uiteindelijk niet in de steek en wist ik me te redden vlak voordat mijn weke, oude mannenlijf de harde stenen straten van deze nieuwe wereld zou raken. Terwijl ik met enig gevoel van schaamte overeind krabbelde van het grijze, vierkante plaveisel, werd ik door hordes vreemde mensen in een flamboyante, kleurrijke klederdracht aangestaard. 
Woorden als “gadver, vieze zwerver en doe eens kleren aan, viespeuk!” werden me toegeroepen. Naar mij, Rinus de Grote nog wel! Niemand van deze goddeloze mensen stak verder ook maar een hand uit om me te helpen. De wereld was dus nog niets veranderd.

Maar dit was nog niet alles! Onderwijl dat ik me uit mijn schaamtelijke positie probeerde te bevrijden, probeerde een groepje jongeren – gehuld in zwarte jassen met een bontkraag –  mijn ziel te vangen met hun glimmende, magische rechthoeken. Voor iets dat ze “joetoeb” noemden. Hun gelach en gejoel zal ik niet snel vergeten. Bovendien moet ik het woord “potloodventer” eens opzoeken zodra ik de kans krijg.


Gelukkig vond ik al snel het huis van de gevleugelde godin Nikè. Vreemd genoeg was haar glazen tempel gevuld met rekken vol met dezelfde vreemde kleren. Ze hadden er zelfs een soort van schoeisel, dat warempel nog paste ook! Vreemd genoeg was de gehele straat gevuld met dit soort kleding-tempels.
Ik trok snel iets aan dat op het bijbehorende kaartje een “trainingspak” werd genoemd. Het pak, in felrood met wit, bleek te zijn gemaakt van een dunne, glimmende stof. Bovendien had elk kledingstuk hetzelfde magische runeteken. Volgens mij ter ere van Nikè's  vleugels.
Helaas had ik niets om te ruilen en moest ik het stelen. Maar in mijn poging om naar buiten te sluipen, begonnen haar betoverde deuren te loeien.
Wee de dag dat een gelauwerd magiër als ik, zonk tot de status van een dief. Ik heb nog nooit zo hard gerend! Gelukkig bleek mijn nieuwe schoeisel zacht en veerkrachtig. Het krijsende wijf dat me achtervolgde, heeft het na drie straten opgegeven.  Mijn conditie is dus zo slecht nog niet.  


Na enige tijd vond ik tot mijn geluk een bekende naam: de Sint Servaas kerk! Hoewel het gebouw in mijn tijd een heel stuk kleiner was, ben ik snel naar binnen geglipt voor een dutje.
De kerkdiender maakte me vervolgens wakker en vroeg of hij kon helpen. Na het uitleggen van mijn situatie, raadde hij buiten een psychiater, het Leger des Heils aan.
Toen ik zei dat ik boven oorlog stond en gewoon onderdak zocht, gaf hij me de route naar wat hij de “woningbouwvereniging" noemde. Ik bedankte hem voor zijn hulp en ging op weg naar deze illustere vereniging. 


Bij aankomst bij deze vreemde vereniging kreeg ik al snel te horen dat het nog minstens vijf jaar kon duren voordat ik in aanmerking zou komen voor een “eenkamerappartement”. Bovendien vroeg ze me of ik me niet beter in kon schrijven voor een verzorgingshuis. Ik, oud? Wat een belediging! Tweeëntachtig was voor een magiër als ik hetzelfde als een tweede jeugd.
Ik gebruik niet graag charmeer-spreuken, maar dit mens had het verdiend. Morgen krijg ik de sleutel van mijn nieuwe appartement. Gelukkig heb ik dan weer een dak boven mijn hoofd. Wellicht heb ik die charmeer-spreuk wel met iets te veel passie uitgesproken, we zullen maar hopen dat het arme kind na verloop van tijd weer stopt met kwijlen.


Wordt vervolgd...


© 2026 Roy Ramakers.
Pas op: op dit verhaal rust een auteursrechtelijke vloek! Het is niet toegestaan om op enige wijze zonder toestemming van de auteur deze teksten in zijn geheel, of ten dele, te kopiëren of te verspreiden. Bovendien zal het leiden tot een eeuwig tetterende theepot in je keuken!
Voor toestemming neemt u contact via:
info@royramakers.com 



Reactie plaatsen

Reacties

Lenie Caris
16 dagen geleden

Superleuk verhaal Roy. Ben heel benieuwd naar het vervolg.

Wesley
15 dagen geleden

Ik ben geen lezer zoals je weet maar wel erg visueel ingesteld. Roy ik vond dit weg leuk geschreven met humor en fantasie! Superleuk om te lezen en wie weet krikg jij mij aan t lezen!

Huub Caris
15 dagen geleden

Lekker lezend. Heerlijke humor.